Reisverslag Cuba - 11 tot 27 november 2005

Deel 1: Cienfuegos

We hadden er lang naar uitgekeken en nu was het eindelijk zover. Na een vlotte vlucht met een iets te zwaar geladen toestel – Erwin ging blijkbaar emigreren in plaats van 2 weken op vakantie aan zijn bagage te zien – kwamen we goed aan op de luchthaven van Havana. Daar zouden we opgewacht worden door enkele charmante hostesses om ons de nodige vouchers te overhandigen voor ons verder verblijf. Echter, we werden verwelkomd door drie bekende Cowa-gezichten die er al een paar dagen Havana hadden opzitten: de Richard, de Jef en de Mark. Je kon dit bezwaarlijk charmante hostesses noemen. Maar blijkbaar waren ze ons voor geweest en hadden zij reeds alle vouchers bemachtigd, en dit zogezegd voor de efficiëntie. Jaja, snoepers!

Na een lange tocht waarbij op goed geluk rijden en de weg vragen de enige opties waren, wegwijzers zijn er inderdaad weg wijzers, kwamen we ongeveer om halfdrie ’s nachts lokale tijd aan. Doodmoe en na een uitgebreide incheck kon iedereen eindelijk gaan slapen. Riccardo werd nog wel even terug uit zijn bed gezet om een fooi te geven aan de bagagedragers van diegenen die dat vergeten hadden, maar de volgende morgen scheen de zon volop en konden we eindelijk duiken.

Wauw, die eerste hap lucht uit de fles kan toch zo goed smaken. Maar met flessen die deels gevuld waren met lucht en deels met olie is het toch even slikken. In ieder geval verliepen de duiken heel gesmeerd! Een van de hoogtepunten was de nachtduik. Nog maar pas vertrokken, zagen we al een merkwaardig beest, een vis op poten (Voor technische details verwijs ik naar de kenners terzake). Hilde was in ieder geval heel enthousiast en zei dat ze daarvoor helemaal naar Cuba was gekomen. En die vis fier natuurlijk!

Aan boord ging alles zijn gangetje. Vrij snel, zo kennen we hem, nam Richard het roer in handen en niet alleen figuurlijk. Neen, hij voer zelf de boot vakkundig binnen tot aan de aanlegsteiger en liet de bemanning werkloos toezien. Die hadden trouwens andere zorgen. Op een van de trips zagen ze heel in de verte iets ronddobberen op het water. Het bleek om een gewonde jonge condor te gaan. Een reddingsactie volgde en de condor eindigde, in een zachte handdoek gewikkeld, op de schoot van Marina die dat wel zag zitten om eens te babysitten op een roofvogel.

En zo had iedereen zijn huisdier. Er waren ‘Komhier’ en ‘Gaweg’ de trouwe viervoeters van Richard, Jef en Mark. Als deze laatsten verschenen met hun twee waakhonden en getooid met een Ché-klakske en donkere bril zou je er haast schrik van krijgen. Het was alleen niet gemakkelijk om die honden te roepen en als ze er dan waren, ze dan weer weg te sturen…Probeer zelf maar eens.

Verder hadden we ook allemaal wel kikkers. Op zich niet erg, maar het wordt wel gillen als je ’s morgens wakker wordt, je ogen wil uitwrijven en zoiets slijmerigs voelt op je gezicht. Dat van die kikker die verandert in een prinses als je hem kust, is dus écht een sprookje, Mark.

Geen sprookje maar een echte nachtmerrie waren de Jejenes (=een bijzondere hinderlijke variant van de Cubaanse muskiet). En ze hebben ons weten wonen. Met Riccardo en Walter op kop zat bijna iedereen zich een ongeluk te krabben. Maar geen nood, iemand verzekerde ons dat na drie weken de beten wel weg zouden gaan. Oef, wat een opluchting!
Een bezoek aan Trinidad stond ook op het programma. Een mooie stad met veel sfeer, veel live muziek en veel kraampjes om af te pingelen (bij het horen van de naam Jef kruipen sedertdien alle verkopers onder hun kraam). Lekker eten deden we undercover bij particulieren. Langs de hoofddeur naar binnen, langs een achteruitgangetje weer naar buiten. Het leven is niet simpel in Cuba.

Frank en Martine (afgekort tot FM) die ook op vakantie waren in Cuba, kwamen enkele dagen mee duiken. Als ervaren rugzaktoeristen hadden ze veel tips die later nog goed van pas zouden komen. Het bezoek was gezellig en we zaten van meet af aan op dezelfde golflengte!

Er was ook de mogelijkheid om een catamaran te huren voor een zeiltocht. Dat moest je Dieter geen twee keer zeggen. ‘Hoe meer actie hoe liever!’ is zijn motto. En wat een actie! Ik wist niet dat zeilen met een catamaran met twee roeispanen gebeurde. Het had iets te maken met weinig wind geloof ik. Neen, dan was de man die van de berg sjeesde op zijn fiets en tegen Els, die ternauwernood opzij kon springen, riep ‘No Freino!’ véél spannender.

En van spanning gesproken,’s avonds was het tijd voor het weerwolvenspel. Riccardo haalde alvast een goede sigaar uit zijn zelf uitgevonden sigarendoosje. Eigenlijk was dit Hilde’s doos van haar Gucci-zonnebril. Laten we het zo samenvatten: gene goeie move Riccardo! Het spel was leuk en bijna iedereen snapte de regels. Ja Steven, het is niet zo erg, we hebben toch goed gelachen. (Je kan in de club verbroederen met Wim, die heeft dat ook meegemaakt). Voor alle duidelijkheid het gaat hier over Steven, de kamergenoot van Ivan. Trouwens veel ‘genoot’ hebben die van hun ‘kamer’ niet gehad. Na bijna de ganse week zonder stopcontact, licht of airco, deden we de suggestie om de badge aan de kamersleutel eens in het gleufke te steken en voilà probleem opgelost. Tja, wat kan ik daar aan toevoegen…

Tijd om in te pakken en te vertrekken naar onze volgende bestemming: Havana!

Deel 2: Havana

Aangekomen in ons hotel, werden we al direct getrakteerd op een lekkere cocktail. De cocktails, afgewisseld Mojito of Daiquiry, gingen naarmate de vakantie vorderde, steeds vlotter naar binnen. Voor de liefhebbers stond een bezoek aan het Ron de Havana – museum op het programma dat afgesloten werd met weer een cocktail en een lesje Mojito maken.’s Avonds bezochten we de werkkamer van Ché Guevara in het fort en waren we getuige van de ‘changing of the guards’. Al bij al een redelijk hilarische vertoning en vooral een toeristische bedoening maar het uitzicht over Havana was de moeite. Tijdens het avondmaal was er een knap flamenco optreden. Hilde wist te vertellen dat ze dit ooit ook gedaan had en dat ze haar rok en schoenen nog had. Aha, misschien kunnen we een nieuwe dans introduceren: de flamen-cowa dans, starring Hilde A. Komt dat zien, komt mee dansen!

En nu we het toch over dansen hebben, ik wist niet dat er ook een nachtelijke uitvoering van het Zwanenmeer bestond uitgevoerd door slechts 1 zwarte zwaan. Ik kan er spijtig genoeg geen verdere details over geven want het was blijkbaar een exclusieve voorstelling voor onze Richard, alias l’emmerdeur (het was meer een charmeur als ge het aan mij vraagt). In ieder geval Jef en Mark hadden veel plaats in hun driepersoonskamer! Wat Richard kan, kan ik ook moet Jef de volgende ochtend gedacht hebben en gewapend met een bus Tahiti-douchezeep trok Jef op de versiertoer. En ja, even later kwam hij fier binnen met zijn verovering, een pronte madam die instond voor het onderhoud van de omliggende straten en die heel enthousiast ineens alle mannelijke cowaters kuste. Ja Jef, ge moet nog wat leren van de Richard! En het is niet dat hij geen voorbeeld heeft gegeven. Met de mysterieuze Barberita bij voorbeeld. Maar ook hier ontbreken alle verdere details. Blijft de fantasie…

De fantasie bij voorbeeld waarmee de garçon van restaurant El Patio, waar we overigens uitstekend gegeten hebben, onze bestelling opnam vervolgens zelf interpreteerde en achteraf ook dubbel en dik doorrekende, kent geen voorgaande. Hilde’s humeur ging van zonnig over bewolkt tot stomend geërgerd naar een ‘This is rrrrrrubbish, brrring me a corrrect bill!!!’ uitspatting. En ik had nog zo gezegd dat we bij den Italiaan moesten gaan eten. Niet dat het eten daar zo geweldig was maar dien Italiaan daarentegen!

Voor de volledigheid van het verslag vermeld ik nog een bezoek aan Hemingway’s huis en favoriete bar (Steven ‘die zonder elentrik’ –zie hoger- dronk er zich een blauwtje), het museum van de revolutie, shoppen (Erwin was dringend toe aan een extra valies), snuffelen op de souvenir-markt, wandelen op de malecon en de sfeer van de stad proeven. Havana, een prachtige stad met te veel vergane glorie.

Zondag brak aan, tijd om te vertrekken naar onze laatste bestemming. Naar huis voor sommigen, naar Maria La Gorda voor enkele gelukzakken. Het was eerst nog even zoeken naar de huurauto, die natuurlijk niet op de afgesproken plaats stond, maar dankzij Riccardo en dan vooral zijn Spaans vonden we de wagen en van dan af kon het niet meer stuk.

Deel 3: Maria La Gorda

Het was even wennen zonder geschikte map of wegwijzers je weg vinden. Maar voor we het goed beseften, hadden we al een lifter mee die de weg wel kende. We zaten achteraan wel als haringen in een ton maar Antonio bracht ons wel waar we moesten zijn. Net voor zonsondergang vonden we ons hotel en genoten we ’s avonds van een lekkere grill.

De volgende dag stond de vallei van Viñales op het programma. Op weg daarheen stopten we bij een fruitkraampje en werden we verwend met het heerlijkste fruit en een sympatieke Cubaan. Voor we het wisten zaten we op het veld en kregen we een hele uitleg over het fruit dat er groeide. Volledig in het Spaans en dus snapten we er niks van, maar ’t was wel gezellig. De vallei was prachtig zoals trouwens het hele gebied in die regio. We werkten onze toeristische uitstap af met de verplichte bezoekjes: de bekende muurschildering, de grotten, de plantages. We werden ook nog getrakteerd op een ritje met een ossenspan meer op vraag van de eigenaar van de ossen dan op die van ons maar ja, het gebeurt ook niet elke dag.

En dan op naar Maria La Gorda via Pinar del Rio. Weer hetzelfde probleem, de route. Weer dezelfde oplossing, ge neemt iemand mee in de wagen. Maar voor we het wisten, zaten we met Daniel op een tabaksplantage met een gids, Alejandro, die slechts een beetje Frans sprak maar die wel overliep van enthousiasme. Afsluitend dronken we een kopje Creoolse koffie en rookten we een dikke sigaar. Hierna werden we dan toch op de goede weg gezet en enkele uren later kwamen we aan in Maria La Gorda. Het laatste stuk langs de kustweg waren we getuige van de verwoestingen die de orkaan Wilma had aangericht. Niet alleen geen wegwijzers maar gewoon geen weg meer. Het ging van kwaad naar erger. De brokstukken asfalt lagen her en der verspreid tussen bergen zand en aangespoeld koraal.

Uiteindelijk kwamen we goed en wel aan op onze tweede duikstek en werden we aangenaam verrast door het toffe logement en het prachtige strand. Aanmelden in het duikcenter deden we bij Oswaldo, instructor van dienst. Zijn droog bericht dat duikers hun fles zelf moesten meebrengen, deed ondergetekende bleek uitslaan maar het bleek een grapje. Haha!

De volgende dagen werden we getrakteerd op prachtige duiken, afgewisseld met lekker lui genieten en afkappen in de bar in het goede gezelschap van Ron Collins. Deze laatste verscheen in een glas met een rietje en werd een echte trouwe vriend. Ook werd ons taalgebruik steeds kleurrijker met Ron erbij. De janet! Eten deden we in het restaurant waar een sympathieke dame ons bediende. Dit ging goed tot Erwin zijn blik richtte op haar bovenbenen en wat toen volgde, kan hij alleen uitleggen. Het resultaat was haar bijnaam, Harige Wilma! Voor de volledigheid moet ik nog melden dat Steven (die met elentrik, zie hoger) trots meldde dat na twee weken Immodium slikken eindelijk zijn maag terug in orde was. Het bericht dat Immodium eigenlijk voor de darmen diende, wuifde hij weg met ‘dat hangt toch allemaal aaneen!’ Tja, wat moeten we daar nu mee?

Na de laatste duik kregen we aan boord een lekkere langouste geserveerd. Dit was tevens de vijftigste duik voor Dieter en Erwin. En dat hebben ze gevierd de vetzakskes. Met Ron Collins natuurlijk. Met véél Ronnekes Collins. Lang na sluitingstijd hebben die twee de boel nog onveilig gemaakt door overal de straatlichtjes uit te draaien maar zoals overal in Cuba werden ze in het oog gehouden en werden overal de lampjes weer netjes terug ingedraaid. De kastnichten!

En dan tijd om naar huis te keren. Eerst nog een lekke band vervangen en dan met z’n vijven, waarvan twee met een houten kop, op weg voor een zes uur durende rit met een band die hopelijk stand hield. En ja zonder probleem landden we zondag in Schiphol en stonden twee uur later de laatsten der cucowabanen terug in België.

En Fidel zag dat het goed was en hij speechte rustig verder. De jane euh revolutionair!